GON

 

0081_002

Algemene informatie over de Gon-werking

Wat is G.On. – begeleiding?

G.On- begeleiding of geïntegreerd onderwijs is een begeleiding vanuit het buitengewoon onderwijs, voor leerlingen die in hun leren of ontwikkeling bedreigd zijn, maar les volgen in het gewoon onderwijs.

Indien je specifieke vragen hebt, kan je via e-mail de gon-coördinatie contacteren:

gonco@go-mpicraeneveld.be

0081_001

Opgelet !
Met de komst van het M-decreet wordt ook de invulling 
van de GON-werking hertekend. Onderstaande informatie 
zal niet meer up-to-date zijn wanneer het m-decreet in 
werking treed.
Binnenkort actualiseren we deze pagina. 

Hoe en waar gebeurt de aanvraag tot G.On. – begeleiding?

De aanvraag tot begeleiding kan gesteld worden door de leerling zelf of door zijn ouders. Leden van het schoolteam kunnen ook een vraag tot begeleiding stellen. Externe begeleidende diensten (vb revalidatiecentrum, individuele therapeuten,…) kunnen adviseren om een begeleiding te starten. Via de zorgcoördinator, directie van de gastschool of de ouders kan de vraag gericht worden aan het C.L.B. van de gastschool (= de school waar de leerling effectief les volgt). Het C.L.B. kan de vraag dan richten aan de coördinator van de dienstverlenende school (de school voor buitengewoon onderwijs die de G.On-begeleiding zal doen). De aanvraag tot G.On. – begeleiding kan ook altijd rechtstreeks gebeuren bij de coördinator van de dienstverlenende school, die de dan te volgen stappen zal aangeven. In overleg met de coördinator wordt dan gepland wie wat zal doen. Alle betrokken partijen moeten het echter eens zijn met de aanvraag. G.On. – begeleiding kan niet verplicht worden. Ouders hebben de keuze om voor een bepaalde dienstverlenende school te kiezen.

Welke zijn de voorwaarden om G.On. – begeleiding te kunnen opstarten?

  • In het bezit zijn van een attest buitengewoon onderwijs dat recht geeft op begeleiding (opgelet niet alle attesten geven recht op begeleiding (zie verder)).
  • Het attest is door de juiste personen (mede) ondertekend. Dit is voor alle attesten, de directie van het C.L.B. Voor leerlingen met autisme (type 7) moet er een verslag zijn van een psychiater, kinderpsychiater, neuro-psychiater of erkend autisme-diagnosecentrum (vanaf 1-9-2009).
  • Bij type 4 moet er een medisch verslag zijn en/of moet het inschrijvngsprotocol medeondertekend zijn door een arts.
  • Het attest vermeldt het onderwijsniveau, het type en voor het secundair onderwijs ook opleidingsvorm 4.
  • Er wordt een inschrijvingsprotocol voor G.On. – begeleiding opgemaakt door de instantie die ook het attest uitschrijft.
  • In het inschrijvingsprotocol wordt ook vermeld of het om een matige of een ernstige handicap gaat.
  • Er wordt bij de start van de begeleiding en bij de overgang van onderwijsniveau, graad en richting een integratieplan opgemaakt en ondertekend door het integratieteam (de ouders, de gastschool, de dienstverlenende school, het CLB van de gastschool en het CLB van de dienstverlenende school (enkel indien de leerling het schooljaar voordien ingeschreven was in het buitengewoon onderwijs)).
  • Het Departement Onderwijs keurt de aanvraag goed. Dit gebeurt, begin oktober, na het opsturen van de administratieve gegevens door de dienstverlenende school.

Wie komt in aanmerking voor G.On. – begeleiding?

  • Alle leerlingen die ingeschreven zijn in het kleuter, het lager, het secundair of het hoger niet – universitair onderwijs (bachelor) en omwille van een specifieke problematiek in het bezit zijn van een getuigschrift buitengewoon onderwijs.
  • Leerlingen met een attest type 1 of type 2 komen nooit in aanmerking voor G.On. -begeleiding.
  • Leerlingen met een attest type 3 hebben recht op 1 jaar G.On.- begeleidng als ze het ganse schooljaar voordien ingeschreven waren in een school type 3.
  • Leerlingen met een attest type 8 hebben enkel recht op 1 jaar G.On. – begeleiding als ze ingeschreven worden in het gewone lager onderwijs en het jaar voordien ingeschreven waren in een school type 8.
  • Leerlingen met een attest type 5 kunnen geen G.On. – begeleiding krijgen.
  • Leerlingen met een attest type 4, type 6 en type 7 hebben wel recht op G.On. – begeleiding.
  • Leerlingen met autisme krijgen een type 7 attest, maar voor hen is er een aparte regeling (zie verder).

Op hoeveel begeleiding kan een leerling rekenen?

 

kleuter lager secundair
type 3 2 E * 2 E * 2 E *
type 4 matig 2E gedurende deganse kleuterschool 2E gedurende tweeschooljaren 2E gedurende tweeschooljaren
type 4 ernstig 2E gedurende deganse kleuterschool 2E gedurende deganse lagere schooll 2E gedurende deganse secundaire school
type 6 matig 2E gedurende deganse kleuterschool 2E gedurende tweeschooljaren 2E gedurende tweeschooljaren
type 6 ernstig 4E gedurende deganse kleuterschool 4E gedurende deganse lagere school 4E gedurende deganse secundaire school
type 7 matig 2E gedurende deganse kleuterschool 2E gedurende tweeschooljaren 2E gedurende tweeschooljaren
type 7 ernstig!! 4E gedurende deganse kleuterschool 4E gedurende deganse lagere school 4E gedurende deganse secundaire school
type 8 1 of 2 E** 1 of 2 E** 1 of 2 E**

(*) De leerling moet het jaar voordien een gans schooljaar ingeschreven geweest zijn in een school voor type 3 onderwijs.

( !!) Voor leerlingen met autisme geldt een nieuwe regelgeving met ingang van 1 september 2006. De leerlingen die voor deze datum reeds G.On. – begeleiding kregen, behouden het attest matig of ernstig en de daarbij horende eenheden. Voor nieuwe G.On. – leerlingen met autisme, vanaf 1 september 2006 is er geen onderscheid meer tussen matig en ernstig. Zij hebben allemaal recht op 2 eenheden gedurende twee schooljaren, per onderwijsniveau.

(**) Leerlingen met een attest type 8 moeten het jaar voordien ingeschreven zijn in een school voor buitengewoon onderwijs type 8. Zijn de leerlingen jonger dan twaalf jaar voor 1 september van het schooljaar waarin de G.On. – begeleiding start, dan hebben ze recht op 2 eenheden. Zijn ze 12 jaar of ouder dan hebben ze maar recht op 1 eenheid.Als leerlingen recht hebben op G.On. – begeleiding gedurende twee schooljaren moeten deze niet opeenvolgend zijn. Na één jaar kan de begeleiding stoppen en eventueel enkele schooljaren later opnieuw opgenomen worden. Een eenheid staat voor een lesuur van 50 minuten. In bovenstaande tabel zijn de eenheden weergegeven waarop de dienstverlenende school recht heeft per G.On. – leerling. Dit impliceert niet dat deze eenheden volledig aan die bewuste leerling besteed worden. Als dienstverlenende school kunnen we beslissen om een aantal eenheden niet concreet aan een leerling toe te wijzen en deze als reserve te behouden. Deze reserve kan dan aangesproken worden voor die leerlingen die, al dan niet tijdelijk, nood hebben aan meer eenheden begeleiding. Uit deze reserve – eenheden putten we ook om administratie in functie van de begeleiding en vervoer naar de betrokken gastschool niet volledig te moeten aftrekken van de effectieve begeleidingseenheden.

Wie geeft de G.On. – begeleiding?

G.On. – begeleiding kan gegeven worden door leerkrachten, door para-medici (ergotherapeuten, logopedisten, kinesisten, verplegers, kinderverzorgers), maar ook door orthopedagogen, psychologen, maatschappelijk werkers en zelfs artsen. Ons team opteert ervoor om te werken met ergotherapeuten en logopedisten. De coördinatie van het team gebeurt door een orthopedagoge die ook een begeleidende functie heeft in de dienstverlenende school. We opteren ervoor om met een vaste begeleider per leerling te werken. Indien er zich echter specifieke problemen voordoen, kan het gebeuren dat we tijdelijk een andere begeleider inzetten.

Wat kan de inhoud van de G.On. – begeleiding zijn?

De begeleiding kan zich op drie grote vlakken richten, maar kan zich na overleg ook op één van de drie richten.

De individueel gerichte werking :

  • Uitbreiden en bijwerken van de schoolse vaardigheden;
  • Uitbreiden van de emotionele en sociale vaardigheden;
  • Optimaliseren van de zelfredzaamheid;
  • verbeteren van de communicatieve vaardigheden;
  • Inzicht helpen verwerven in eigen problematiek;
  • Leren plannen van taken en handelingen;
  • hulpmiddelen en methodeveranderingen leren gebruiken;
  • zelfstandigheid bevorderen;

De oudergerichte werking :

  • informatie en advies geven in verband met de problematiek;
  • antwoorden zoeken op specifieke vragen;

De collegiale ondersteuning :

  • informatie, tips en advisering in verband met de leerling en zijn problemen;
  • aanbieden van didactische hulpmiddelen;
  • bijwonen van klassenraden;
  • gedragsanalyse en uitwerken van een gepaste aanpak;

Hoe kan de G.On. – begeleiding georganiseerd worden?

De begeleiding gebeurt bij voorkeur op de gastschool van de leerling. Deze begeleiding kan doorgaan in de klas zelf of in een aparte ruimte, zowel tijdens de lesuren als tijdens bv. studie-uren.